Schrijfportret: Paul Kater

woensdag 23 augustus 2017


Paul Kater heeft al schrijfervaring sinds 2003. Hij schreef voornamelijk Engelse boeken, maar sinds kort houdt hij zich ook bezig met de Nederlandse taal. De genres waarin hij schrijft zijn fantasy en science fiction.

Je schrijft 'pas' sinds 2003. Waren er voor 2003 al tekenen die erop wezen dat je goed zou kunnen schrijven?
‘Ik denk het wel. Ik heb altijd graag gelezen en soms schreef ik stukjes over dingen die ik echt leuk vond. Dat was toen ik rond de vijftien of zestien was. Daarna schreef ik wel eens kleine dingetjes, short stories, maar nog niets serieus. Toen ik eens een boek van mijn moeder had geleend wilde ik dat eigenlijk hebben. Dat ging uiteraard niet door. Ze zei toen: "Je mag het wel overschrijven." Van mijn vader kreeg ik toen een oude typemachine en een pak papier en zo heb ik dat hele verhaal overgetypt. Toen dat eenmaal klaar was bedacht ik dat ik iets in een hoofdstuk niet leuk vond. Toen heb ik dat opnieuw getypt en aangepast wat ik slecht vond. Daar is het wel echt mee begonnen.’


'Wat ik geweldig zou vinden is wat meer bekendheid als Nederlandse schrijver. In het Engels heb ik al heel wat 'volgers' maar in Nederland ben ik nog redelijk onbekend.'



Je hebt al best veel bereikt als schrijver, zoals bijvoorbeeld de massa's lezers voor je boekenreeks over heks Hilda. Is er op dit moment nog iets wat je zou willen bereiken met je schrijfwerk?
‘Hilda is mijn lieveling. Ze is trouwens geboren uit een grapje; ik had nooit gedacht dat daar een serie van nu al negentien boeken uit zou komen. Wat ik geweldig zou vinden is wat meer bekendheid als Nederlandse schrijver. In het Engels heb ik al heel wat 'volgers' maar in Nederland ben ik nog redelijk onbekend, behalve in Cuijk.’

Je schreef je eerste boeken in het Engels, maar je schrijft nu ook Nederlandse boeken. Waarom ben je in het Nederlands gaan schrijven? En in welke taal schrijf je het liefst?
‘Een aantal jaren geleden vroeg een kennis me of ik haar wilde helpen met leren schrijven. Ze deed dat wel maar ze zag dat het beter kon. Ik stelde voor om dat dan samen te doen. Zij wilde in het Nederlands schrijven omdat haar Engels niet zo geweldig was. Die schrijflessen hebben jammer genoeg niet lang geduurd, maar de basis die we hadden gebouwd heb ik daarna (met haar toestemming) opgepakt en daaruit is "Gezocht: held" gekomen.

Welke taal ik het liefste gebruik... dat is een lastige. Dat ligt een beetje aan het boek. De Hilda-serie is bijvoorbeeld begonnen in het Engels. De eerste twee delen heb ik in het Nederlands vertaald maar toch vind ik dat de echte Hilda-humor daarin niet zo goed uitkomt. Als ik dan kijk naar de latere boeken, bijvoorbeeld naar "In de ban van de stier" en nu naar de nieuwe Nederlandse fantasy over de molens dan moet ik bekennen dat ik volgens mij toch beter schrijf in het Nederlands. Met die taal ben ik groot geworden, ik heb een hele Nederlandse bibliotheek gelezen, dus die taal zit me in het bloed. Nuances, gedachten, allerlei mooie taalconstructies komen in het Nederlands gewoon beter uit dan dat ik ooit in het Engels zal kunnen doen. Toch moest ik er wel heel erg aan wennen om het in het Nederlands te doen.’

‘In de ban van de stier’ is gebaseerd op een bestaand standbeeld van een stier in je woonplaats, Cuijk. Hoe ben je op het idee voor dit boek gekomen? En haal je je inspiratie altijd uit alledaagse dingen?
‘De ideeën voor mijn beste boeken komen eigenlijk altijd zomaar aanwaaien. Ik woon al een hele tijd in Cuijk en vind het een leuke plaats. Daardoor kreeg ik het idee om eens een boek over Cuijk te schrijven. Het probleem was wel: "Wat dan?" Cuijk is niet groot, niet bekend en niet beroemd. Het beeld van onze stier heeft me altijd geboeid omdat het zo bijzonder is, en een kenmerk voor de Cuijkse historie (runderhandel). Die stier moest dus in het boek komen.

Het echte idee voor het verhaal kwam op weg van het werk naar huis, in de file. Opeens wist ik van A tot Z waar het verhaal over moest gaan. In die file heb ik toen meteen aantekeningen gemaakt en daarna gingen er 3 jaren voorbij met research en schrijven.

Het nieuwe verhaal waar ik nu mee bezig ben kwam op eenzelfde vage manier naar me toe. Ik was naar onze plaatselijke molen geweest om meel voor brood te halen, en op de fiets terug dacht ik: "Het zou leuk zijn om eens een verhaal te schrijven met een molen erin". Dat is inmiddels ruim 260 bladzijden geleden.’



Zijn er schrijvers die jij als voorbeeld ziet? Wie zijn dit en wat hebben zij jou geleerd?
‘Absoluut. Om te beginnen met Toon Kortooms, die prachtige verhalen schreef. Veel humor, daar houd ik van. Aan hem is ook 'In de ban van de stier' opgedragen en daarom heet ook de familie in dat boek 'Kortooms'. Dan is er de schrijver Frank Herbert die voor science fiction kenners heel bekend is. Zijn vermogen om met woorden werelden te schetsen is bijzonder. Ray Bradbury mag in dit lijstje niet ontbreken. Een man naar mijn hart. Diens les is: "Schrijf wat je wilt en hoe je wilt en laat je door niemand wat vertellen." Heerlijk vrijgevochten. Douglas Adams, schrijver van het "Transgalactisch Liftershandboek" was ook een rijke geest. In zijn geest heb ik "De reis van de Mimosa", een humor-science fiction, geschreven.

De laatste waar ik gigantisch gek op ben en een hoop van heb geleerd is Terry Pratchett. Zijn humor in. de Schijfwereld-boeken heeft me meer dan vaak naar adem laten happen. Veel vormen van zijn typisch Engelse humor probeer ik ook te verweven in de Hilda-boeken, en afgaande op de reacties lukt dat aardig. Daar ben ik erg trots op.’

Over welk onderwerp zou je graag nog een boek willen schrijven? En wat zijn je plannen op het gebied van schrijven voor de komende periode?
‘Ik kijk eigenlijk nooit naar een specifiek onderwerp. Onderwerpen bespringen me als ik even niet oplet. Op dit moment ben ik bezig met het Molenverhaal waar ik het al over had, met het tweede verhaal over 'Charisma de jonge heks' en met het 20e deel van de Hilda-cyclus.’

Je hebt tot nu toe als je boeken in eigen beheer uitgegeven. Zou je ooit nog een boek op reguliere wijze willen uitbrengen?
‘Ja. Dat lijkt me een bijzondere ervaring. Ik heb momenteel zo'n 40 boeken en boekjes uitgebracht. Om alles zelf te doen is een enorme klus al heb je dan wel alle vrijheid. Om eens mee te maken hoe het uitgeven en zo gaat via de traditionele manier lijkt me een verrijking, iets om van te leren. Ik heb die route een paar keer geprobeerd maar de manuscripten werden steeds afgewezen.’

En wat doet het feit dat je manuscripten steeds worden afgewezen met je? Maakt het je onzekerder of juist standvastiger?
‘Omdat ik was begonnen met het uitgeven via indie publishing (zo wordt self publishing tegenwoordig meer en meer genoemd) vond ik dat ik niet veel te verliezen had. Als ik weer een afwijzing binnenkreeg had ik zoiets van: "Weet je wat, ik ga gewoon door met het zelf doen. Kijken wie hier wint." Voor mijn gevoel heb ik gewonnen. Mijn boeken komen uit en mensen kopen ze. Mensen worden er blij van. Dat is voor mij meer waard dan verkopen in de duizenden.’


'Een lezeres had bij een bepaalde scene de tranen in haar ogen, schreef ze. Dat is waar ik voor schrijf. Voor de emotie. Voor het hart.'



Voor In de ban van de stier heb je veel research naar historische feiten gedaan. Maar ik kan me voorstellen dat je voor je andere fantasyboeken weinig research hoefde te doen, omdat ze niet gebaseerd zijn op de werkelijkheid. Wat vind je leuker: veel research doen of weinig tot geen research doen?
‘Allebei de manieren hebben hun eigen charme. Van het onderzoeken leer je een hoop (al is er veel waar je geen fluit aan hebt als het boek eenmaal klaar is), je krijgt contact met veel boeiende mensen en soms kom je op plaatsen waar je anders niet zou komen. Het is een uitdaging om een fantasieverhaal te breien waarin de historie zo goed mogelijk klopt. De vrije fantasie heeft inderdaad het voordeel dat je snel klaar bent met dingen uitzoeken, maar daarbij moet je jezelf wel aan sommige grenzen houden. Het moet allemaal wel te snappen zijn voor de mensen die het lezen, dus vind ik het belangrijk dat zulke verhalen toch genoeg raakvlakken met de bekende wereld hebben.’

Hoeveel tijd spendeer je gemiddeld aan het schrijven? En wat doe je als je even geen inspiratie hebt?
‘Oef, moeilijk te zeggen. Zo veel als maar kan op een dag. Soms is dan amper een uur, soms, in de weekenden, kan dat vijf tot acht uur per dag zijn. Schrijven zit me in het bloed en dat kalmeert pas als er het nodige uit mijn vingers is gekomen.

Ik hoor vaker dat medeschrijvers geen inspiratie hebben. Dat fenomeen ken ik verder alleen uit het woordenboek. Als ik met één verhaal niet verder kan dan pak ik een ander op. Ik ben gemiddeld met vier of vijf projecten bezig, allemaal in andere fases. Nu bijvoorbeeld met een nieuw Hilda boek (deel 22), een nieuwe fantasy en twee science fictions. Hilda deel 21 is net klaar, dat ga ik binnenkort herlezen, voor Zonnewereld ben ik beta-lezeropmerkingen aan het verwerken en de Engelse versie van "Gezocht: avonturier" moet nog geformateerd worden. Ik kom tijd tekort.’

Op welk van je boeken ben je op dit moment het meest trots?
‘In het Nederlandse vlak is dat op dit moment "In de ban van de stier". Daar ben ik supertrots op omdat het iets is wat regelrecht vanuit mijn hart op papier terecht is gekomen.

In het Engels is dat een science fiction genaamd "A girl named Sandy". De achtergrond van dat verhaal ligt in Bristol waar het idee is ontstaan, en de reacties op dat boek zijn hartverwarmend. Een lezeres had bij een bepaalde scene de tranen in haar ogen, schreef ze. Dat is waar ik voor schrijf. Voor de emotie. Voor het hart.’


Nieuwsgierig geworden naar meer van Paul? Klik hier om zijn website te bezoeken en hier om hem op Twitter te volgen.

1 opmerkingen

Heel erg lief dat je een reactie achterlaat!