Schrijfportret: Miriam Bruijstens

woensdag 16 augustus 2017


Miriam Bruijstens ken je wellicht als schrijfster van ‘Het boek van Tess.’ Daarnaast heeft ze twee kinderboeken en een dichtbundel op haar naam staan. Verder is ze ook nog eens werkzaam als sportjournalist en spendeert ze haar tijd tegenwoordig aan het schrijven van allerlei schrijfprojecten.

Wat heeft je geïnspireerd om jongerenliteratuur te gaan schrijven?
‘Ik wil gewoon schrijven. Het is niet zo dat ik altijd al voor jongeren of kinderen heb willen schrijven. Het is meer dat het idee voor mijn eerste boek toevallig voor een kinderboek was. ‘Vlinder’ gaat over een meisje met ADHD en is gebaseerd op een jongetje waar ik les aan heb gegeven in groep 3 en 4. Daarna heb ik ‘Storm’ geschreven, ook een kinderboek en ook gebaseerd op een jongen die ik lesgegeven heb. Toen ik ‘Het boek van Tess’ ging schrijven, had ik geen bepaalde doelgroep voor ogen, ik ben gewoon begonnen. Mijn uitgever heeft er toen het stempel ‘new adult’ op geplakt, maar zelf vind ik dat iedereen die boven de zestien is het kan lezen, ook volwassenen. Meestal begin ik gewoon met schrijven en maak ik me niet druk om de doelgroep.’

Je hebt zelf ADD. Ervaar je het als moeilijk om de tijd te nemen een volledig boek uit te werken? En hoe zorg je ervoor dat je tijdens het schrijven geconcentreerd blijft?
‘Het is zeker moeilijk om een boek helemaal af te maken, eerlijk gezegd is het een soort wonder dat ik überhaupt weleens een manuscript voltooi. Ik denk heel snel, dus ben in mijn hoofd altijd al veel verder dan in het echt. Soms werk ik in een dag een heel boek uit in mijn hoofd, compleet met een coverontwerp en promotiecampagne. Als dat gebeurt, wordt het boek nooit geschreven, want dan ben ik er in mijn hoofd al zo klaar mee dat ik geen zin meer heb om het van begin af aan op te gaan schrijven. Dat vind ik soms jammer aan het schrijven van een boek, dat het zo verschrikkelijk lang duurt voor je alles wat je wilt zeggen ook daadwerkelijk uitgetypt hebt. Ik ben ook altijd aan tien verschillende projecten tegelijk bezig. Dat is natuurlijk wel afwisselend, maar bevordert het afmaken van dingen ook niet echt. Gelukkig heb ik ook periodes waarin ik me heel goed kan concentreren, dat heet ‘hyperfocus’. Zo schreef ik laatst in drie weken een manuscript met korte verhalen en ook ‘Het boek van Tess’ is grotendeels tijden zo’n hyperfocus ontstaan.’


'Of je er nu voor kiest om veel of om weinig seks te hebben, met mannen of met vrouwen, het is allemaal goed, iedereen mag namelijk zelf weten hoe hij of zij seks wil hebben. In ieder geval zal seks in mijn boeken een rol blijven spelen, omdat ik vind dat het bij het leven hoort. Seks is net zo natuurlijk als eten en slapen.'



In de boeken over Tess schrijf je veel over seks. In huidige YA-boeken wordt dit onderwerp weinig besproken. Probeer je hiermee bewust een taboe te doorbreken?
‘Nee, ik probeer zeker niet bewust een taboe te doorbreken, Tess is 23, seks hoort er gewoon bij in haar leven. Volgens mij is het trouwens vooral in de hedendaagse young adult-boeken zo dat er weinig over seks geschreven wordt. In de young adults die ik vroeger las, was het allemaal veel normaler (oma spreekt, haha). Als jongvolwassene ben je je aan het ontwikkelen en daar hoort ook je seksuele ontwikkeling bij. Daarom vind ik wel dat het aan bod moet komen en dan liefst zo divers mogelijk. Daarmee bedoel ik niet alleen dat dingen als homoseksualiteit, biseksualiteit en alle andere soorten seksualiteit aan de orde moeten komen, maar ook dat er personages moeten zijn die veel van seks houden of juist heel weinig en dat dat allemaal goed is. Wat mij heel erg stoort, zijn boeken waarin vrouwelijke personages die geen seks hebben worden afgeschilderd als goed en meisjes die veel seks hebben met wisselende partners als slecht. Dan ben je gewoon aan het slutshamen, zo veroordelend. Bij mannelijke personages is het trouwens vaak andersom, dat is even raar. Of je er nu voor kiest om veel of om weinig seks te hebben, met mannen of met vrouwen, het is allemaal goed, iedereen mag namelijk zelf weten hoe hij of zij seks wil hebben. In ieder geval zal seks in mijn boeken een rol blijven spelen, omdat ik vind dat het bij het leven hoort. Seks is net zo natuurlijk als eten en slapen.’

Ben je op het moment bezig met een schrijfproject? Hoeveel tijd besteed je dagelijks aan het schrijven van fictie?
‘Ja, aan meerdere projecten. Ik ben bezig met ‘Het laatste boek van Tess’, met een gedichtenboekje voor kinderen, ik probeer mijn korte verhalen uitgegeven te krijgen en schrijf ook nog steeds nieuwe, ik probeer een prentenboek te schrijven, ben bezig aan een brievenroman en ik denk dat er nog wel twintig andere concepten op mijn laptop staan. Ik kan niet echt zeggen hoeveel uur per dag ik aan het schrijven van fictie besteed, want dat wisselt heel sterk. Soms zit ik tien uur per dag achter de laptop, soms twee, soms helemaal niet. Maar ik denk wel elke dag heel veel aan mijn nog te schrijven boeken, telt dat ook?’





In hoeverre baseer jij personages en de situaties waarin zij zich bevinden op je eigen werkelijkheid en omgeving? Zou je gemakkelijk vanuit het perspectief van het andere geslacht kunnen schrijven?
‘Mijn personages zijn heel vaak gebaseerd op mensen die ik ken. Als je met mij bevriend bent, loop je het risico dat ik een karakter op je baseer, ja. Ook als ik een hekel aan je heb trouwens, maar ik heb ergens gelezen dat mensen zichzelf niet herkennen in een negatief personage, dus voor mijn eigen gemoedsrust geloof ik dat maar. Ook de situaties die in mijn boeken voorkomen, zijn vaak gebaseerd op dingen die ik echt meegemaakt heb. Meestal verander ik er wel wat aan, maar sommige dingen komen gewoon recht uit mijn dagelijks leven. Zowel in ‘Vlinder’ als in ‘Het boek van Tess’ zitten situaties die letterlijk gebeurd zijn zoals het in het boek staat. Ik heb ‘Storm’ vanuit het perspectief van een jongen geschreven en in mijn korte verhalen heb ik ook een aantal mannen als hoofdpersoon, dus ja, dat kan.’


Is er een auteur die jij als voorbeeld of inspiratie ziet? Wat maakt deze persoon bijzonder?
‘Hans Hagen is mijn voorbeeld als het om poëzie gaat. Zijn boeken zijn zo goed, daar heb ik echt ontzag voor. Ik heb hem een paar keer ontmoet, het is een heel aardige man. Dat heeft niets met de kwaliteit van zijn werk te maken natuurlijk, ik wil dat er gewoon graag even bij vertellen. En toen ik klein was, was ik verslaafd aan de boeken van Enid Blyton. ‘De Vijf’, ‘De Dolle Tweeling’, ‘Pitty’, ik vond het fantastisch. En nog steeds eigenlijk wel. Haar boeken zijn stokoud, uit de jaren dertig volgens mij, en ze werden in die tijd echt verguisd door veel volwassenen. Maar ze trok zich daar niets van aan, was super populair bij kinderen en haar boeken worden nog steeds gelezen, dat is toch geweldig?’



'Mijn fictieverhalen zijn over het algemeen vrij realistisch, ik zou weleens iets willen schrijven wat echt niet kan en me helemaal laten gaan qua fantasie. Dat lijkt me echt heel leuk, misschien moet ik dat maar eens gaan proberen.'



Vind je fictief schrijven leuker dan journalistiek? Wat maakt het een leuker dan het ander?
‘Ik vind het allebei heel leuk. Bij fictie mag alles en kun je je helemaal uitleven, bij journalistieke stukken kun je niet helemaal losgaan. Toen het vorig jaar niet goed met me ging, heb ik heel veel gehad aan mijn werk als journalist. Ik schreef toen veel wedstrijdverslagen, die moeten duidelijk en objectief zijn. Die structuur bood me toen heel veel houvast. Je gaat naar een wedstrijd, maakt aantekeningen, misschien doe je nog een kort interview langs de baan en dan werk je dat zo snel mogelijk uit en zet het online. Er is geen ruimte voor chaos of creativiteit, je moet je aan dat stramien houden. Dat werkte toen heel goed voor mij. Aan de andere kant is het schrijven van wedstrijdverslagen ook best wel saai. Gelukkig mag ik ook op bezoek bij schaatsers om ze thuis uitgebreid te interviewen. Dat is leuk, omdat je ze dan in hun eigen omgeving ziet en je wat dieper op de inhoud in kunt gaan. Mijn fictieverhalen zijn over het algemeen vrij realistisch, ik zou weleens iets willen schrijven wat echt niet kan en me helemaal laten gaan qua fantasie. Dat lijkt me echt heel leuk, misschien moet ik dat maar eens gaan proberen.’


Wat hoop je nog met je schrijfwerk te bereiken?
‘Ik zou er graag van kunnen leven, maar dat zal wel heel lastig worden. Vooral ook omdat mijn boeken niet per se een groot publiek aanspreken. Stiekem zou ik het natuurlijk ook heel leuk vinden als ik een keer een prijs zou winnen met een boek. De enige manier om deze twee dingen ooit te bereiken is verder gaan met schrijven, dus dat ga ik dan maar doen.’



Benieuwd geworden naar meer van Miriam Bruijstens? Volg haar op TwitterFacebook of houd haar blog in de gaten. 

1 opmerkingen

  1. Zo lijk dat je je schrijf- en leesportretjes weer terug brengt, ik lees ze altijd graag met plezier :)

    BeantwoordenVerwijderen

Heel erg lief dat je een reactie achterlaat!