Vakantie & Verhalen

zondag 12 juli 2015



Ongeveer een week geleden begon voor mij de vakantie. En voor mij betekent vakantie vrije tijd en dus ook extra tijd om te werken aan mijn verhalen. Aangezien het laatste verhaal dat ik schreef compleet afgerond is, begon ik een tijdje geleden aan een nieuw verhaal. Ik wil jullie alvast een sneak peak geven, door jullie een stuk van het begin weg te geven, omdat ik jullie graag wil laten lezen waar ik zoveel tijd instop. 

"Vanuit mijn perspectief hadden mijn ouders zich nooit mogen voortplanten. Wat voor goeds kon er nou ontstaan uit jonge onvolwassen vrouw, net in de twintig en haar dronken vriendje, die volgens mijn moeders verhalen nooit echt van haar hield. Ik was een ongelukje, ongepland en ongewild.
Als mijn ouders zich nou hadden ingehouden, lag ik nu niet bibberend in de ijzige kou. Voelde ik me nu niet zo vreselijk zielig en hoefde ik mijn abnormale zelfmedelijden niet goed te praten. Maar helaas, ik lag hier toch.
Het was dan wel mijn eigen beslissing geweest, maar ik voelde me toch schuldig tegenover de mensen die toch zeker zes jaar liefhebbend voor me hadden gezorgd, of in ieder geval een poging hadden gedaan tot. Toch had ik het idee, dat wat ik deed goed was. Goed voor mijzelf. Ik had dit veel eerder moeten doen.
Zacht gekraak vulde de stilte, waarin ik me juist zo op mijn gemak voelde. Ik schrok op en een akelig gevoel bekroop me. Waren hier muizen? Was hier misschien een persoon? Of was ik toch paranoïde geworden van de kou en verbeelde ik me het gekraak alleen maar?
Mijn hoofd probeerde mijn gedachten te verdringen en zich te focussen op het gekraak wat ik zojuist nog hoorde. Nogmaals vulde het krakende geluid de ruimte. Het leek van boven te komen. Mijn handen zochten in het donker naar het zakmes, die ik voor noodgevallen had meegenomen. Het moest ergens naast me liggen. Voorzichtig pakte ik het ding en klemde het stevig vast tussen mijn handen.
Gewapend met zakmes en al, kroop ik voorzichtig onder mijn deken vandaan. Het gekraak werd steeds luider en kwam dichterbij. Hoe beter ik luisterde, hoe meer ik het geluid begon te identificeren met het geluid van voetstappen, er moest hier iemand zijn. Hij had me toch niet nu al gevonden?
De voetstappen kwamen steeds dichterbij en ik ging geluidloos tegen de muur aanstaan. Ik kon het niet riskeren gezien te worden. In mijn achterhoofd bedacht ik me dat ik hier best onveilig was. Als er iets met mij zou gebeuren, zou de kans groot zijn dat niemand me zou vinden. Dat gevoel maakte me angstig en deed me twijfelen of het nou wel echt een goed idee was geweest hier heen te gaan.
Vlak voor mij hielden de voetstappen stil. Mijn hart klopte in mijn keel en mijn ogen had ik van de spanning stijf dicht geknepen. Ik mocht niet gezien worden, ik mocht niet gezien worden.
Toen er na een paar seconden nog steeds niks gebeurd was, durfde ik mijn ogen langzaam te openen. Het was donker, ik kon haast geen hand voor ogen zien, maar het figuur van de persoon die voor mij stond was duidelijk zichtbaar. Hij was het niet, daar was het gestalte te klein voor. Opgelucht hoopte ik vurig dat het dan geen zwerver was.
Onverwachts verblinde fel licht mijn ogen, waar kwam dat opeens vandaan? Na een paar keer knipperen, waren mijn ogen gewend aan het licht en keek ik een beetje verdwaasd recht in het gezicht van een jongen.
“Hoi,” zei de jongen, zijn stem was zacht, haast onverstaanbaar, maar was gevuld met zelfvertrouwen. “Wat doe je hier?”
Mijn hoofd zocht hevig naar een geloofwaardige verklaring. “I-ik,” stotterde ik. Vaag bedacht ik me dat ik deze jongen helemaal geen verklaring schuldig was. Ik haalde diep adem. “Wat doe jij hier?”
De mondhoeken van de jongen krulden omhoog en het viel me nu pas op dat het licht van zijn zaklamp kwam. “Ik vroeg het eerst. Wat doet een jong meisje als jij, helemaal alleen, in een verlaten schuur?”
Ik beet op mijn lip en dacht koortsachtig na. Ik wist niet wat ik tegen hem moesten zeggen. Met zijn zaklamp scheen hij op mijn deken en mijn rugzak, die gevuld was met levensmiddelen. “Ik ga hier slapen,” antwoordde ik toen vaag. “Nu jij.”
“Ik ook,” zei de jongen. “Boven is het veel warmer,” vervolgde hij toen, hij klonk veel vriendelijker dan eerst.
“O ja?” zei ik. Daarna wist ik niet meer wat ik moest zeggen. Mijn hoofd zat dan vol vragen, maar ik wilde niet onbeleefd zijn door hem dood te gooien met vragen.
De jongen was even stil, waarschijnlijk ook niet zeker van wat hij moest zeggen. “Ja, misschien wil je ook boven komen liggen?”
“Ja graag, ik hou het niet uit hier met deze kou,” antwoordde ik, voordat ik überhaupt had kunnen nadenken over de intenties van deze jongen. Hij leek me even oud als ik, maar wie weet was hij wel een gevaarlijke crimineel.
“Volg me maar,” zei hij. 
Nog steeds een beetje overdonderd pakte ik voorzichtig mijn deken op en deed mijn rugzak op mijn rug. Mijn zakmes borg ik zorgvuldig op in mijn broekzak. Vervolgens volgde ik de jongen een oude, krakende ladder op. En op dat moment moest ik denken aan mijn pleegouders. Zouden ze me al missen?"

Dit was het voor nu, als jullie het nou leuk vinden om hier meer van te lezen, raad ik jullie aan mijn blog te blijven volgen, want wie weet post ik nog wel eens meer van dit verhaal :). Laat me vooral weten wat je er van vindt!


1 opmerkingen

  1. Het begin is gelijk spannend, ik wil zeker meer lezen! Je kan goed schrijven.

    BeantwoordenVerwijderen

Heel erg lief dat je een reactie achterlaat!